Je grote teen weet wat je pink doet.
En dat is maar goed ook.
Want als dat niet zo was,
dan wist jij helemaal niets.
Een (menselijk) lichaam functioneert niet als losse onderdelen.
Niet als een doos met schroeven, een lever hier, een knie daar en ergens een hoofd bovenop.
Het lichaam is één samenhangend systeem.
Een bekende vergelijking (die Einstein vaak gebruikte om zijn afkeer van toeval in de kwantummechanica te illustreren) stelt: “Als een drukkerij explodeert en alle druklettertjes weer op de grond terechtkomen, in de voltooide en foutloze vorm van een woordenboek” – dit is een parabel om aan te tonen dat toeval geen orde kan creëren. (Parabel Grieks.. parabola < para-ballein = werpen, plaatsen naast; vergelijken)
En met een continu communicatienetwerk.
Elke beweging, elke gedachte, elke waarneming ontstaat doordat informatie razendsnel wordt uitgewisseld tussen cellen, weefsels en systemen. En ja tussen binnen en buiten
Je grote teen “weet” wat je pink doet
omdat ze onderdeel zijn van hetzelfde netwerk.
Van.. Zenuwen.
Bindweefsel.
Elektrische signalen.
Druk- en spanningsveranderingen.
Van.. emoties, overtuigingen gedachtes .. met .. Chemische boodschappers.
Alles praat met alles.
Altijd. Tenminste als het goed is
Stel je voor: Wanneer jij iets aanraakt, gebeurt dit niet lokaal.
De prikkel gaat via zenuwbanen naar het ruggenmerg,
naar de hersenen,
wordt daar verwerkt,
en stuurt vervolgens een reactie terug.
Binnen fracties van seconden.
Dat vraagt coördinatie.
Timing.
Energie.
Water.
Mineralen.
Dat vraagt een lichaam dat kan communiceren.
En hier wordt het interessant.
Want als alles met alles verbonden is,
dan bestaat er geen “onschuldig los ingrijpen”.
Niet:
“Ach, het is maar een pilletje.”
Niet: Baat het niet dan ..
Of .. “Het is maar koffie.”
Niet:
“Water ehh bah, ik “leef”liever op cafeïne.”
Dat zijn geen moderne ideeën.
Dat zijn middeleeuwse gedachten
in een hip jasje. Men dacht namelijk een beetje raar over sommige dingen (water was gevaarlijk)
Een pil beïnvloedt geen geïsoleerde plek.
Van je mond gaat “hij” door je bloed.
Door je lever.
Door je nieren.
Door je zenuwstelsel.
“Hij” verandert signaalroutes.
Past receptoren aan.
Verschuift belasting.
En iets vangt dat op —
totdat het dat niet meer kan.
Niet omdat het lichaam zwak is. Tussen je oren zit
Maar omdat het niet zo lang door kan of werkt.
En dan heb je water..
Water is geen drankje.
Het is een communicatiemedium. Heel bijzonder spul (voor sommige mensen onbekend : )
Zonder voldoende water:
- Vuren zenuwen trager
- Transporteren cellen minder efficiënt
- Worden afvalstoffen slechter afgevoerd
- Verliest bindweefsel elasticiteit
- Stokt informatieoverdracht
Een lichaam zonder (voldoende) water
is een lichaam met ruis op de lijn. Hallo?
Bijvoorbeeld alleen op koffie of zwartethee leven is geen prestatie.
Het is biochemische roofbouw
die een tijd lang goed voelt
omdat het stresssysteem wordt aangezet.
Maar stress is geen energie.
Het is een noodmechanisme.
Dat kun je niet oneindig gebruiken
zonder prijs.
En het idee dat je “alles erin kunt gooien”
en het lichaam het wel oplost,
komt voort uit een filosofie die het lichaam ziet als machine. En commercie
Maar het lichaam is geen machine, tenminste niet volgens sommigen
Het is een zelfregulerend, communicatief systeem
dat afhankelijk is van voorwaarden.
Als die voorwaarden ontbreken,
kan geen enkel systeem optimaal functioneren.
Hoe slim het ook is.
Dus nee.
Gezondheid is geen kwestie van
wat kan ik wegnemen?
Maar van:
wat moet er kloppen zodat alles samen kan werken?
De grote teen weet wat de pink doet
omdat het lichaam één verhaal vertelt.
En misschien is echte zorg
niet het steeds onderbreken van dat verhaal,
maar het ondersteunen van de taal waarin het wordt gesproken.
Met water.
Met voeding.
Met rust.
Met aandacht.
Dat is geen filosofie.
Dat is systeemlogica. Toch?

