over pillen, vertrouwen en het lichaam
Lieve mens,
Veel mensen gebruiken medicijnen met de hoop dat ze rust brengen.
Minder pijn.
Minder klachten.
Meer grip.
Dat is begrijpelijk.
Niemand kiest vrijwillig voor ongemak.
Niemand staat ’s ochtends op met de wens om zich slecht te voelen.
Dus zoeken we verlichting.
En vaak ligt die binnen handbereik.
In een doosje.
In een pil.
Dat maakt je niet zwak.
Dat maakt je mens.
Toch is het goed om af en toe stil te staan bij wat medicijnen werkelijk doen.
En ook bij wat ze niet doen.
Medicijnen zijn krachtige middelen.
Ze grijpen diep in op processen in het lichaam.
Op de lever.
Op de nieren.
Op de darmen.
Op hormonen.
Op het zenuwstelsel.
Ze zijn ontworpen om signalen te veranderen, te remmen of te versterken.
Soms is dat nodig.
Soms zelfs levensreddend.
En tegelijkertijd is het nooit zonder impact.
Het lichaam is geen optelsom van losse onderdelen.
Het is een samenwerkend geheel.
Wanneer een medicijn één proces onderdrukt, moet een ander systeem bijspringen.
Dat vraagt energie.
Voedingsstoffen.
Herstelvermogen.
Het lichaam betaalt mee.
Ook als we dat niet direct voelen.
Wat vaak onderbelicht blijft, is dit:
Medicijnen leveren geen bouwstoffen.
Ze herstellen geen cellen.
Ze vullen geen tekorten aan.
Ze maken geen energie.
Dat werk kan alleen het lichaam zelf doen.
Altijd al.
Maar alleen als het krijgt wat het nodig heeft.
Voeding.
Water.
Mineralen.
Vitamines.
Aminozuren.
Zuurstof.
Rust.
Beweging.
Dat zijn geen extra’s.
Geen luxe.
Geen lifestyle-hype.
Dat is de basis.
Zonder deze fundamenten kan geen enkel lichaam duurzaam functioneren.
Ook niet mét medicijnen.
Misschien is de vraag dus niet:
Welke pil helpt?
Maar eerder:
Wat heeft mijn lichaam nodig om dit zelf te kunnen dragen?
Medicijnen kunnen ondersteunen.
Ze kunnen tijdelijk ruimte creëren.
Ze kunnen het systeem ontlasten.
Maar herstel ontstaat pas wanneer het lichaam de ruimte én de middelen krijgt om mee te werken.
Niet omdat het lichaam perfect is.
Niet omdat het alles kan.
Maar omdat het een aangeboren vermogen heeft om richting balans te bewegen.
Altijd.
Misschien vraagt het lichaam niet om meer onderdrukking.
Maar om meer voeding.
Meer rust.
Meer veiligheid.
Meer aandacht.
Misschien vraagt het niet om strijd.
Maar om samenwerking.
En misschien is vertrouwen geen blind vertrouwen.
Maar een rustig weten:
Mijn lichaam is niet tegen mij.
Het probeert mij iets te vertellen.
En ik mag leren luisteren.
Met zachtheid.
Met nieuwsgierigheid.
Met respect.
Dat is geen zwakte.
Dat is volwassen gezondheid.

