dit is eigenlijk een veel betere vraag dan: “Wat zegt de weegschaal?”
Want je kunt gewicht verliezen zonder dat je metabool echt de goede kant op gaat. Denk aan bv. vochtverlies. En andersom kan je lichaam eerst veranderen terwijl de weegschaal nauwelijks beweegt.
Ik zou het bij Beter Worden zo bekijken:
Je weet dat je écht de goede kant op gaat wanneer je lichaam weer kan schakelen
Niet alleen:
“Ik weeg minder.”
Maar:
“Mijn lichaam wordt beter in het gebruiken van zijn eigen energie.”
Daar zie je een aantal signalen van.
1. Je honger wordt rustiger
Je hoeft niet voortdurend aan eten te denken. Je “vergeet” het.. Je kunt een maaltijd uitstellen zonder dat je lichaam meteen “PANIEK, ETEN!” roept.
2. Je krijgt stabielere energie
Minder de bekende:
- ochtendmoeheid
- middagdip
- “ik móét iets eten”
- cravings
- energiedip na eten
Dat is belangrijk. Je wilt niet simpelweg minder eten. Je wil graag dat je lichaam beter met brandstof omgaat.
3. Je taille wordt kleiner
Dit vind ik vaak interessanter dan het gewicht alleen.
Want uiteindelijk wil je niet weten:
“Hoeveel water, glycogeen, darminhoud en lichaamsmassa ben ik kwijt?”
Je wilt weten:
“Word ik daadwerkelijk slanker?”
Meet daarom bijvoorbeeld 1× per week je taille, onder dezelfde omstandigheden.
4. Je gewicht gaat gemiddeld naar beneden
Niet noodzakelijk iedere dag.
Bijvoorbeeld:
Week 1: 86,4
Week 2: 86,1
Week 3: 85,9
Week 4: 85,5
Dat is iets anders dan:
86,4 → 85,2 → 86,0 → 85,7 → 86,3
Daarom kijk je naar de trend, niet naar één weging.
5. Je lichaam begint zichtbaar te veranderen
Broek zit losser.
Buik minder opgeblazen.
Gezicht verandert.
Kleding past anders.
Dat zijn vaak betere signalen dan een getal.
Maar er is nóg iets interessants.
Als iemand begint met minder koolhydraten eten, kan het gewicht in het begin behoorlijk snel dalen.
Dat betekent niet automatisch:
“Ik ben nu vet aan het verbranden.”
Een deel kan komen door minder glycogeen en het daarbij opgeslagen water.
Dus:
snel gewichtsverlies ≠ automatisch vetverlies.
Daarna kan de weegschaal ineens stilstaan.
En dan denkt iemand:
“Het werkt niet.”
Terwijl het lichaam misschien juist bezig is met een veel belangrijkere verandering.
De echte vraag wordt dus:
Kan mijn lichaam steeds makkelijker bij mijn opgeslagen energie komen?
Dat is waar we met metabole flexibiliteit naar kijken.
Je wilt uiteindelijk een lichaam dat kan zeggen:
“Er komt even geen eten binnen? Oké
Geen probleem. Ik pak wel wat uit de voorraad.”
Dat is een totaal andere situatie dan:
“Er komt geen eten binnen?!
Waar blijft mijn suiker?” Koolhydraat is ook suiker dames : )
En dát maakt afvallen uiteindelijk veel logischer.
Dus ik zou niet één “afvalmeter” gebruiken.
Ik zou vier dingen tegelijk volgen:
gewicht + taille + honger/energie + functioneren
Want als die vier goed dezelfde kant op bewegen, heb je veel meer reden om te zeggen:
Ja. Dit is geen toevallige daling op de weegschaal.
Mijn lichaam is daadwerkelijk aan het veranderen.
En daar zit volgens mij een heel mooie Beter Worden-afvalroute in:
Niet: “Hoe krijg ik het gewicht omlaag?”
maar:
“Hoe maak ik mijn lichaam weer goed in afvallen?”
Dat is een wezenlijk ander uitgangspunt.
Ja, dan word(t) het anders

