2 “Gevaarlijke”woorden

2 “Gevaarlijke”woorden Ja! 😄 “Ik ben…” zijn misschien wel twee van de krachtigste woorden die we gebruiken. Niet omdat ze per definitie heel gevaarlijk zijn, maar omdat je er heel gemakkelijk een tijdelijke toestand mee verandert in een identiteit.

Kijk maar:

  • Ik ben druk. → alsof druk zijn is wie je bent.
  • Ik ben chaotisch. → een gedragspatroon wordt een identiteit.
  • Ik ben altijd moe. → je brein krijgt een heel ander verhaal.
  • Ik ben Autistisch. → je plakt een diagnose op je volledige persoon.
  • Ik ben dik. → je maakt een lichamelijke toestand onderdeel van je identiteit.
  • Ik ben nou eenmaal zo

Terwijl je hetzelfde veel ruimer kunt formuleren:

  • Ik voel me druk.
  • Mijn hoofd is momenteel chaotisch.
  • Ik heb weinig energie vandaag.
  • Ik heb ADHD.
  • Mijn lichaam draagt momenteel wat extra gewicht.

Ik ben liever rijk in geest en gedachten.

Dat is interessant, want daar gebruik je “ik ben” juist bewust als identiteitszin. Je beschrijft niet een tijdelijke toestand, maar iets wat je als waarde of richting in jezelf wilt erkennen.

Je zou er zelfs een kleine “Ik ben”-regel van kunnen maken:

🧠 De kracht van “Ik ben”

Gebruik “Ik ben” voor wat je wilt verankeren.
Gebruik “ik voel”, “ik heb” of “ik ervaar” voor wat kan veranderen.

Dus:

Ik ben niet mijn klacht.
Ik heb een klacht.

Ik ben niet mijn gewicht.
Ik heb een lichaam dat verandert.

Ik ben niet mijn stress.
Ik ervaar stress.

En vooral:

Ik ben niet wat er vandaag met mij gebeurt.
Ik ben degene die aan het stuur zit, ermee kan leren omgaan.

Dat is eigenlijk een prachtig stukje Metabool Denken: niet alleen kijken naar wat er gebeurt, maar ook naar het verhaal dat je lichaam en brein daar vervolgens van maken. Of jij ; )

En een identiteit kan wel “gevaarlijk” zijn.. letterlijk zelfs omdat Ik ben in je geest nogal wat doet..

Ja — en dáár wordt het eigenlijk veel interessanter. “Ik ben…” is niet alleen taal; het kan onderdeel worden van je zelfbeeld. En zodra een uitspraak onderdeel wordt van je identiteit, kan die veel meer gewicht krijgen dan een losse gedachte.

Bijvoorbeeld:

“Ik ben druk.”
→ niet meer: ik heb vandaag veel aan mijn hoofd
→ maar: zo ben ik nu eenmaal.

“Ik ben ongezond.” Ik ben ziek
→ kan verschuiven naar: mijn lichaam is blijkbaar zo. ik ben dat

“Ik ben een mislukking.”
→ een gebeurtenis wordt een identiteit. Herhalende i den ti tijd

Maar het werkt óók de andere kant op:

“Ik ben veerkrachtig.”
“Ik ben nieuwsgierig.”
“Ik ben iemand die voor zijn lichaam zorgt.”
“Ik ben rijk in geest en gedachten.”

Daarmee geef je jezelf een ander referentiekader.

En er zit een belangrijk psychologisch mechanisme achter: je brein probeert consistentie te bewaren tussen wie ik denk dat ik ben en wat ik doe. Daardoor kan een identiteitszin gedrag beïnvloeden.

Dus misschien is de kern van “jullie” gedachte wel:

** “Ik ben” is een identiteitszin.

Gebruik hem niet achteloos voor een tijdelijke toestand.**

Want “Ik ben moe” kan prima zijn als constatering. Maar als iemand jarenlang tegen zichzelf zegt “Ik ben moe kan dat zo zijn maar .. , kan die zin een soort mentale gevangenis worden.

En dus heb je de keuze:

Ik ben rijk in geest en gedachten.

Dat is niet: ik moet rijk worden.
Het is: ik erken iets in mezelf als onderdeel van wie ik ben.

Dat maakt “Ik ben…” inderdaad een behoorlijk krachtig gereedschap. 🧠

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *