MOE
Je denkt dat je weet wat het is…
“Ik ben moe.”
Vier woorden.
En meestal weten we precies wat we daarmee bedoelen.
We willen naar bed.
We hebben nergens zin in.
De koffie staat nog maar net op tafel en we zijn eigenlijk alweer toe aan de volgende.
We slepen ons door de dag.
En als iemand vraagt:
— “Wat is er?”
zeggen we:
— “Ik ben gewoon moe.”
Klaar.
Of toch niet?
Want stel nou dat ik je vraag:
Wat is moe?
Dan wordt het ineens een stuk ingewikkelder.
Is moe zijn hetzelfde als slaperig zijn?
Nee.
Je kunt moe zijn en klaarwakker.
Je kunt zelfs om elf uur ’s avonds doodmoe zijn en tóch naar je plafond liggen staren alsof dat het interessantste plafond ter wereld is.
Is moe zijn dan een gebrek aan energie?
Misschien.
Maar… wat is energie eigenlijk?
En daar begint het gedoe.
De batterij (mythe)
We denken graag over ons lichaam als iets wat op te laden is.
Batterij leeg?
Opladen.
100%?
Gaan.
20%?
Zuinig aan.
1%?
Geen PANIEK stekker in het stopcontact.
Dat model is lekker overzichtelijk.
Alleen is je lichaam geen iPhone.
Je hebt niet ergens achter je navel een klein batterijtje zitten met:
ENERGIE: 17%
En als dat lampje rood wordt, komt er automatisch een melding:
“Zet energiebesparingsmodus aan.”
Was het maar zo eenvoudig.
Je lichaam maakt namelijk voortdurend energie beschikbaar. Tenminste.. als het goed gaat
En daarvoor hebben we onder andere… onze eigen Bitcoin currency:
ATP.
Dat klinkt meteen lekker wetenschappelijk.
ATP.
Adenosinetrifosfaat.
Drie fosfaatgroepen.
Een molecuul dat voortdurend wordt gemaakt, gebruikt en weer opnieuw gemaakt.
ATP is als het ware een direct bruikbare energievaluta van je cellen.
En ja:
zonder ATP wordt het lastig.
Heel lastig.
Maar nu komt het:
“Ik ben moe omdat ik geen ATP kan maken” is ongeveer hetzelfde als zeggen dat een restaurant dicht is omdat er geen bordjes zijn.
Het zegt iets.
Maar nog lang niet genoeg.
Want voordat je ATP hebt, moet er nogal wat gebeuren.
Welkom in je energiecentrale
Pak een willekeurige cel.
Niet te moeilijk doen.
Een gewone cel.
Daarin zitten onder andere mitochondriën.
Die worden vaak omschreven als de energiecentrales van de cel. (lees motortjes..)
Dat is niet helemaal onwaar.
Maar het is wel een beetje alsof je Schiphol omschrijft als:
“Een gebouw waar vliegtuigen staan.”
Technisch…
Maar je mist nogal wat.
In zo’n mitochondrion gebeurt namelijk een enorm ingewikkeld stukje biochemische logistiek.
Voedingsstoffen worden verwerkt.
Elektronen worden overgedragen.
Er ontstaat een protonengradiënt. Eh een wat?
Een moleculaire machine — ATP-synthase — gebruikt die gradiënt. (lees een: Een langzame toe- of afname van iets.
En daaruit ontstaat ATP.
Dus ongeveer:
voedsel → brandstof → elektronen → elektronentransport → protonengradiënt → ATP
Mooi.
Klaar.
Toch?
Nee.
Want nu begint het pas interessant te worden.
Hoe doet tie dat nou?
Een fabriek kan nog zo mooi zijn.
Als de grondstoffen niet binnenkomen, heb je een probleem.
Als de machines niet werken, heb je een probleem.
Als er geen stroom is, heb je een probleem.
Als de transportband kapot is, heb je een probleem.
En als er een klein onderdeeltje ontbreekt waardoor een belangrijke machine niet kan draaien…
juist.
Probleem.
Onze biochemische fabriek werkt ook met allerlei hulpstoffen.
En ineens komen we bij vitamines en mineralen terecht.
Niet als een rijtje:
B1 — goed voor energie.
B2 — goed voor energie.
B3 — goed voor energie.
Dat is het soort uitleg waar je weinig mee kunt.
Want deze stoffen zitten midden in allerlei reacties.
Neem vitamine B1, thiamine.
In actieve vorm, thiaminepyrofosfaat, helpt het bij enzymen (eiwit dat werkt als een biologische katalysator: het versnelt chemische reacties in levende organismen zonder zelf te worden verbruikt die cruciaal zijn voor de verwerking van koolstofverbindingen. Wikipedia)
Onder andere bij pyruvaatdehydrogenase.
Dat klinkt als een apparaat uit een slechte sciencefictionfilm.
Maar het is gewoon biochemie.
En het is belangrijk.
Want als pyruvaat ( en een cruciaal tussenproduct bij de stofwisseling van suikers, vetten en eiwitten in levende cellen. Wikipedia) niet goed wordt verwerkt, verandert daarmee ook wat er verderop in de energieproductie kan gebeuren.
En dat is niet het enige dat B1 doet.
Het is ook betrokken bij andere enzymatische routes, waaronder de verwerking van α-ketoglutaraat en de pentosefosfaatroute. (laat maar 😉
Dus B1 is niet:
“een vitamine die je energie geeft.”
B1 is onderdeel van de gereedschapskist waarmee je lichaam brandstof maakt.
En dan hebben we enkel B1 even bekeken.
B1 is niet zomaar “een vitamine voor energie”
Thiamine wordt in actieve vorm TPP (thiaminepyrofosfaat) en is nodig voor meerdere cruciale enzymen in de koolhydraat- en mitochondriale stofwisseling. Metabolisme.. het maken van wat je nodig hebt
Een tekort kan dus niet alleen betekenen:
“iets minder ATP.”
Het kan betekenen dat de verwerking van brandstof op belangrijke toegangspunten wordt gehinderd.
En ..B3 doet ook gezellig mee
Vitamine B3.
Niacine.
Daar wordt het helemaal leuk.
B3 is een voorloper van NAD en NADP.
NAD⁺ en NADH kennen elkaar goed.
Ze kunnen elektronen opnemen en afstaan.
En daardoor spelen ze een enorme rol in de stofwisseling.
Dus:
B3 → NAD⁺/NADH → elektronentransport → mitochondriën → ATP
Maar NAD doet nog veel meer.
Redoxreacties.
DNA-herstel.
Cellulaire signalering.
Andere enzymatische processen.
Het is dus niet:
“B3 = ATP.”
Nee.
Het is meer:
B3 levert materiaal voor een moleculair transportsysteem dat op allerlei plaatsen in je biologie aan het werk is.
En dan denk je misschien:
“Mooi. Dan weten we het.”
B3.
B1.
Mitochondriën.
ATP.
Moe opgelost.
Sorry …
Hallo koper
Want ergens verderop in die mitochondriale keten zit nóg een interessant detail.
Koper.
Koper is onder andere nodig voor cytochroom-c-oxidase.
Dat is complex IV van de mitochondriale elektronentransportketen.
En complex IV is geen onbelangrijk winkeltje.
Het is het laatste grote complex van die keten waar elektronen uiteindelijk worden overgedragen aan zuurstof.
Dus ineens hebben we:
koper → cytochroom-c-oxidase → mitochondriale ademhaling
Maar koper speelt óók een rol in een ander verhaal.
Ceruloplasmine.
Dat is een koperbevattend eiwit dat een belangrijke rol speelt in het ijzermetabolisme.
En ijzer? Bloedarmoede..?
Dat kennen we weer van hemoglobine.
Zuurstoftransport.
En daar staan we opeens met één voet buiten het mitochondrion:
koper → ceruloplasmine → ijzerhuishouding → zuurstoftransport
en met de andere voet erin:
koper → cytochroom-c-oxidase → mitochondriale elektronentransportketen
En ergens daar tussenin staat zuurstof.
Dat is best grappig.
We begonnen met:
“Ik ben moe.”
En inmiddels zitten we met een molecuul, een mineraal, een eiwit, ijzer, zuurstof en een mitochondrion aan tafel.
En we zijn nog lang niet klaar. Ademhalen eh goed ademhalen is dus ook belangrijk
En dan hebben we het nog niet over slapen gehad
Dat lijkt misschien een beetje vreemd.
We zijn tenslotte bezig met energie.
Maar je kunt energie produceren en toch moe zijn.
Je kunt genoeg gegeten hebben en toch moe zijn.
Je kunt zelfs helemaal niets bijzonders gedaan hebben en tóch denken:
“Ik trek dit vandaag echt niet.”
Daarmee komen we bij iets belangrijks.
Vermoeidheid is niet hetzelfde als een lege energietank.
Het is een ervaring van een heel systeem.
Je hersenen.
Je zenuwstelsel.
Je spieren.
Je stofwisseling.
Je hormonen.
Je slaap.
Je immuunsysteem.
Je voeding.
Je zuurstofvoorziening.
Je omgeving.
Je belasting.
Je herstel.
En waarschijnlijk nog een paar dingen die we vergeten zijn.
Dat laatste is trouwens niet zo gek.
Je lichaam is nogal ingewikkeld. En toch: Logisch en best te begrijpen
Misschien is “moe” dan wel een verzamelwoord
Denk er eens over na.
“Ik ben moe.”
Kan betekenen:
Ik ben slaperig.
Maar ook:
Mijn spieren zijn op.
Of:
Mijn hoofd is vol.
Of:
Ik heb slecht geslapen.
Of:
Ik ben ziek aan het worden.
Of:
Ik heb al weken te veel aan mijn hoofd.
Of:
Ik kan me niet concentreren.
Of:
Ik heb nergens zin in.
Of:
Een trap oplopen voelt alsof ik de Mount Everest beklim.
Dat zijn nogal verschillende dingen.
En toch noemen we ze allemaal:
moe.
Maar ik denk eerst:
“Wat voor soort moeheid hebben we het eigenlijk over?”
Want als je niet weet waar je naar kijkt, kun je ook moeilijk weten waar je moet zoeken.
En zo komen we terug bij ATP
ATP doet absoluut mee.
Sterker nog: het is fundamenteel voor het functioneren van je cellen.
Maar ATP is niet het hele verhaal.
Het is het eindproduct van een enorme keten van processen.
En die keten heeft grondstoffen nodig.
Cofactoren.
Enzymen.
Zuurstof.
Transport.
Regulatie.
Een werkend zenuwstelsel.
Een lichaam dat kan schakelen tussen inspanning en herstel.
En een brein dat blijkbaar ook nog iets te zeggen heeft over de vraag:
“Kan ik dit?”
Dus misschien moeten we het idee van de lege batterij maar even terugleggen in de la.
Niet weggooien.
Gewoon…
een stuk verder naar achteren.
Want de volgende keer dat iemand zegt:
“Ik ben moe.”
kunnen we beter niet meteen zeggen:
“Dan moet je meer slapen.”
En hebben we begrip want achter dat ene woord…
ik ben moe
kan een hele wereld zitten.
Ja, en sorry ; ) dat is eigenlijk het leuke: we zijn nog maar aan de voordeur van “moe” geweest.
TCM, fascia, zenuwstelsel, lever, darm, hormonen, bloed, ademhaling, beweging, slaap, psyche, omgeving… en waarschijnlijk nog een kast vol gereedschap.
Maar ik vind juist dat we het niet allemaal tegelijk moeten erin gooien. Dan krijg je zo’n blog waarbij na drie alinea’s je als lezer denkt:
“Ik wilde alleen weten waarom ik ’s middags zo moe ben…”
De kunst wordt straks dat we de werelden naast elkaar laten bestaan zonder ze meteen tot één theorie te smeden.
Dus bijvoorbeeld vandaag eerst de biochemische wereld:
B1 → B2 → B3 → koper → ijzer → zuurstof → mitochondriën → ATP
En daarna kan er een andere bril op:
“Want grappig. In de moderne biochemie praten we over dit molecuul, dat enzym en die mitochondriën. In TCM zouden ze niet zeggen: ‘Uw complex IV heeft onvoldoende koperbeschikbaarheid.’ Gelukkig maar. Dan zou een acupuncturist een laptop moeten meenemen.”
Maar k dat kunnen we later onderzoeken: hoe behandelen zij moe zijn
Wat bedoelen ze eigenlijk met Qi?
Wat bedoelen wij met energie?
Waar overlappen begrippen misschien?
Waar absoluut niet?
En wat kunnen we daar wel en niet wetenschappelijk over zeggen?
Maar dat komt later.
Eerst moet MOE begrijpelijk worden.
En ik denk dat je uiteindelijk juist al het bovenstaande aan kan nemen voor wat het is:
En kunnen zeggen
“Wacht… ik weet nu wat moe zijn is eh was.

