Belangrijk Punt: De metabole toestand van iemand maakt verschil voor de manier waarop je voedingsadviezen moet beoordelen (of geven..)
Neem twee mensen:
- Persoon A: heeft een gezond gewicht, goede insulinegevoeligheid, een goed functionerende stofwisseling en voldoende metabole flexibiliteit.
- Persoon B: heeft obesitas, insulineresistentie, verhoogde insulinespiegels, leververvetting of diabetes type 2.
Je kunt niet zomaar aannemen dat dezelfde voedingsomgeving voor beide mensen dezelfde gevolgen heeft.
Waarom Dr. R. Lustig een belangrijk punt heeft ..
Bij insulineresistentie kunnen verschillende processen elkaar versterken:
- De lever reageert minder goed op insuline.
- De alvleesklier produceert vaak meer insuline om de glucose te reguleren.
- Vetweefsel, lever en spieren raken betrokken bij een verstoorde energieregulatie.
- De vetstofwisseling kan minder flexibel worden.
- Een voedingspatroon rijk aan geraffineerde koolhydraten en ultrabewerkte producten kan deze problematiek verder onderhouden.
Dus: niet alleen kijken naar hoeveel iemand eet, maar ook naar wat voeding met de hormonale en metabole regulatie doet.
Maar met nuance
Ook bij iemand met obesitas blijft de energiebalans relevant. Een lagere insulinespiegel maakt vetmobilisatie mogelijk, maar garandeert op zichzelf geen netto vetverlies. Daarvoor moet het lichaam over tijd meer energie uit opgeslagen reserves halen dan het opslaat.
En bij diabetes type 2 is insuline niet simpelweg de vijand. Insuline is essentieel; het probleem zit onder andere in de regulatie, gevoeligheid en beschikbaarheid ervan.
Wat ik hier voor Beter Worden interessant vind
Ik zou het uitgangspunt zo formuleren:
Een voedingsmiddel beoordelen zonder naar de metabole toestand van de persoon te kijken, is een onvolledig verhaal.
Een lichaam dat metabool gezond functioneert, kan vaak meer variatie in voeding verwerken dan een lichaam waarvan de glucose- en insulineregulatie al jarenlang onder druk staat.
Dat betekent niet dat iemand met obesitas nooit een dessert mag eten. Het betekent wel dat je de voedingsomgeving, de metabole belasting en het herstelvermogen serieus moet nemen.
En misschien nog een mooiere gedachte:
We moeten niet alleen leren hoeveel of wat we (mogen) eten. We moeten begrijpen wat ons lichaam met dat eten doet.
Dat is precies de verschuiving van calorie-denken naar metabool denken.

