De spreker is Dr. Carlos Augusto Monteiro, hoogleraar aan de Universiteit van São Paulo en de grondlegger van de NOVA-classificatie.

Wat hij uitlegt, gaat eigenlijk nog een stap verder dan alleen de vraag hoeveel suiker of koolhydraten iemand eet.

1. De centrale gedachte van Monteiro

Zijn belangrijkste stelling:

Ultrabewerkte producten zijn niet simpelweg bewerkte voedingsmiddelen. Het zijn industriële formuleringen die ontworpen zijn om traditionele voedingsmiddelen en maaltijden te vervangen.

Dat is een wezenlijk verschil.

Hij beschrijft vier groepen:

2.1.1 Prevalence of undernourishment

NOVA 1 – Onbewerkte of minimaal bewerkte voeding

Groenten, fruit, eieren, vlees, vis, peulvruchten, noten en granen.

Food ingredients on the oak table closeup shot

NOVA 2 – Bewerkte culinaire ingrediënten

Olie, suiker, zout en andere ingrediënten die worden gebruikt bij het bereiden van maaltijden.

Lo-fi mat for chille typer

NOVA 3 – Bewerkte voedingsmiddelen

Bijvoorbeeld traditioneel brood, kaas en groenten of vis uit blik.

La verit� sui cibi ultraprocessati e rischi in base a nuovi e importanti studi

NOVA 4 – Ultra bewerkte voedingsmiddelen

Industriële formuleringen met onder andere geïsoleerde ingrediënten, gemodificeerde zetmelen, eiwitten, vetten, smaakstoffen, kleurstoffen en andere additieven.

2. Het interessante verschil: voeding versus industriële formulering

Monteiro maakt een onderscheid dat we goed moeten begrijpen.

Bij traditionele voedselbewerking wordt een voedingsmiddel bijvoorbeeld gekookt, gedroogd, gefermenteerd of geconserveerd.

Bij ultrabewerking worden ingrediënten uit voedingsmiddelen geïsoleerd, verder bewerkt en opnieuw gecombineerd tot een nieuw industrieel product.

Waarom?

Volgens Monteiro vooral vanwege drie commerciële doelen:

  1. Goedkope grondstoffen gebruiken.
  2. Producten aantrekkelijk, gemakkelijk en betaalbaar maken.
  3. De winst voor de voedingsindustrie maximaliseren.

Hij stelt dat smaak, kleur en textuur daarbij vaak grotendeels door toegevoegde stoffen worden gecreëerd.

Dat is een belangrijk inzicht: we moeten niet alleen naar de voedingswaarde op het etiket kijken, maar ook naar de aard van het product en hoe het tot stand is gekomen.

3. Waarom kan dit metabool problematisch worden?

Monteiro noemt verschillende mogelijke mechanismen.

MechanismeMogelijk gevolg
Verstoorde verzadigingsregulatieMeer eten dan het lichaam nodig heeft
Hoge energiedichtheidGemakkelijk veel energie consumeren
AdditievenMogelijke effecten op darm en stofwisseling
VerpakkingsmaterialenBlootstelling aan bepaalde chemische stoffen
Intensieve verhitting en verwerkingVerandering van de voedselmatrix en vorming van nieuwe stoffen
MarketingStimulering van frequente consumptie

Een belangrijk onderzoeksresultaat dat hij aanhaalt: deelnemers die een ultrabewerkt voedingspatroon kregen, aten in een gecontroleerd onderzoek gemiddeld ongeveer 500 kcal per dag meer dan deelnemers die minimaal bewerkte voeding kregen.

Dat is interessant omdat het laat zien dat voedselbewerking ook invloed kan hebben op hoeveel iemand spontaan eet.

4. En nu wordt de koppeling met metabole ziekte interessant

Hier zou ik Monteiro en Lustig naast elkaar zetten.

Monteiro onderzoekt de voedselomgeving.

Welke producten worden gemaakt, hoe worden ze samengesteld en waarom consumeren mensen er zoveel van?

Lustig onderzoekt de hormonale en metabole gevolgen.

Wat gebeurt er met insuline, glucosehuishouding, vetopslag en energieregulatie?

Beter Worden kijkt naar het totale fysiologische systeem.

Hoe werken voeding, lever, spieren, vetweefsel, darm, mitochondriën en hormonale regulatie samen?

Dat zijn drie verschillende invalshoeken die elkaar kunnen aanvullen.

5. Een belangrijke nuance over verslaving

Monteiro zegt iets interessants: ultrabewerkt voedsel kan verslavingsachtige consumptiepatronen bevorderen, maar dat betekent niet dat ieder ultrabewerkt product bij iedereen verslavend werkt.

Hij maakt bovendien een onderscheid tussen het commerciële doel en het mogelijke biologische effect.

De voedingsindustrie hoeft niet letterlijk verslaving als doel te hebben om producten te ontwikkelen die sterk aantrekkelijk zijn en herhaaldelijke consumptie stimuleren.

Dat vind ik een belangrijk onderscheid.

6. Wat betekent dit voor iemand met bv. diabetes type 2?

Hier wil ik de vertaalslag nadrukkelijk maken.

Iemand met diabetes type 2 heeft vaak al problemen met de glucose- en insulineregulatie. Een voedingspatroon dat sterk leunt op ultrabewerkte producten kan de situatie extra lastig maken door bijvoorbeeld:

  • snelle beschikbaarheid van glucose;
  • hoge energiedichtheid;
  • relatief weinig vezels;
  • geringe verzadiging;
  • een voedingspatroon dat overconsumptie bevordert.

Het vermijden of sterk verminderen van ultrabewerkte voeding kan daarom een waardevolle stap zijn.

Maar NOVA is geen diabetesdieet. Ook een minimaal bewerkt voedingsmiddel kan een flinke glucosepiek veroorzaken. En een NOVA-classificatie vertelt niet rechtstreeks hoeveel insuline iemand nodig heeft.

Mijn conclusie voor de Metabool Denken ..

Ik zou hier een belangrijke kennisregel van maken:

Voeding is meer dan de optelsom van calorieën, koolhydraten, eiwitten en vetten. Ook de structuur, samenstelling, bewerking en biologische beschikbaarheid van voedingsstoffen bepalen hoe ons lichaam ermee omgaat.

En misschien nog een zin die we als rode draad kunnen gebruiken:

Een voedingsmiddel is niet alleen wat er op het etiket staat. Het is ook wat de industrie ervan heeft gemaakt en wat jouw lichaam er vervolgens mee moet doen.

Dat is precies de verdieping die we zoeken.

Mijn advies: Mensen zoals Dr. Monteiro en Dr. R. Lustig wat meer spotlight geven ten gunste van onze gezondheid en winkelen met NOVA. (Voor onze hormonale en metabole regulatie ; )

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *