We willen duizend-en-één dingen als we ons goed voelen.
Een groter huis.
Een mooiere auto.
Meer geld.
Vakantie.
Een andere baan.
Meer tijd.
Meer succes.
Meer van dit.
Minder van dat.
En daar is op zichzelf niets mis mee.
Maar vraag iemand die ziek is wat hij wil.
Vaak wordt die lijst ineens heel kort.
Beter worden.
En soms is zelfs dat nog te veel gevraagd.
Dan wordt het:
Ik wil gewoon weer kunnen lopen.
Ik wil gewoon weer slapen.
Ik wil gewoon weer zonder pijn wakker worden.
Ik wil gewoon weer mezelf zijn.
Bijzonder eigenlijk.
Want als je je goed voelt, sta je daar meestal helemaal niet bij stil.
Als kind al niet.
Je staat op.
Je loopt.
Je rent.
Je speelt.
Je valt.
Je staat weer op.
Je ademt zonder erover na te denken.
Je slikt zonder je af te vragen of dat vandaag wel gaat lukken.
Je lichaam doet ondertussen duizenden dingen waar je helemaal niets van merkt.
En dat is misschien precies het punt.
Je staat er niet bij stil
We hebben er allerlei uitdrukkingen voor.
Je weet pas wat je hebt als je het kwijt bent.
Je mist het pas als het er niet meer is.
Je neemt het voor lief.
Je staat er niet bij stil.
En dat laatste vind ik misschien wel de interessantste.
Je staat er niet bij stil.
Niet omdat je ondankbaar bent.
Niet omdat je dom bent.
Maar omdat het er gewoon is.
Je hoeft niet iedere ochtend bij het tandenpoetsen een moment van diepe dankbaarheid te hebben omdat je arm nog steeds omhoog kan.
Je hoeft tijdens het lopen niet te denken:
Wat fantastisch dat mijn rechterbeen vandaag weer meedoet.
Je doet het gewoon.
Tot je het niet meer gewoon kunt doen.
En dan verandert alles.
Plotseling was het weg
Hoe dan?
Het vreemde aan veel lichamelijke functies is dat je ze pas leert kennen wanneer ze niet meer vanzelfsprekend zijn.
Je merkt pas hoe belangrijk bewegen is wanneer bewegen pijn doet.
Je merkt pas hoe belangrijk slapen is wanneer je niet meer kunt slapen.
Je merkt pas hoeveel vrijheid je hebt wanneer je lichaam je grenzen begint op te leggen.
En misschien is dat waarom ziekte zo’n enorme impact kan hebben.
Niet alleen omdat er een klacht is.
Maar omdat er iets verdwijnt wat daarvoor zo normaal was dat je het niet eens als bezit beschouwde.
Je kon het.
Tot je het niet meer kon.
En daarvoor leefde je alsof het er niet was
En daar zit een merkwaardige paradox.
Als je gezond bent, leef je alsof gezondheid er niet is.
Niet bewust.
Je denkt er gewoon niet over na.
En eigenlijk is dat precies hoe het hoort te zijn. Of toch niet?
Gezondheid hoort niet voortdurend om aandacht te vragen.
Een goed functionerend lichaam is op de achtergrond.
Het maakt ruimte voor het leven.
Je denkt niet aan je lichaam.
Je gebruikt het.
Tot er iets gebeurt.
Dan schuift het lichaam ineens naar de voorgrond.
En wat eerst achtergrond was, wordt hoofdzaak.
Dus waar moet je bij stilstaan?
Misschien is dat wel de verkeerde vraag en de goede vraag..
Misschien hoef je helemaal niet voortdurend stil te staan bij gezondheid. Maar bewust
Of is gezondheid juist het tegenovergestelde:
kunnen vergeten dat je lichaam bestaat.
Bewust. Niet omdat het onbelangrijk is.
Maar omdat het zijn werk doet.
Je kunt je aandacht richten op je kinderen, je werk, een wandeling, een gesprek, een vakantie, een boek, een kop koffie.
Het leven.
En ondertussen doet je lichaam mee.
Dat is nogal wat.
Genezing gaat daarom niet alleen over een klacht
Als iemand ziek is, willen we vaak meteen weten:
Wat is het?
Hoe heet het?
Welke behandeling hoort erbij?
Welke stof ontbreekt?
Welke knop moeten we indrukken?
Allemaal begrijpelijke vragen.
Maar misschien is er nog een andere vraag.
Wat wil deze persoon weer kunnen? Wat is er
Want uiteindelijk gaat het daar vaak over.
Niet over een mooie uitslag op papier.
Niet over een ingewikkelde naam.
Niet over het winnen van een discussie over welke theorie klopt.
Maar over leven.
Over weer kunnen.
Weer slapen.
Weer bewegen.
Weer werken.
Weer spelen.
Weer naar buiten.
Weer plannen maken zonder eerst te moeten nadenken of je lichaam dat wel aankan.
En de ironie van gezondheid
We willen gezondheid vaak pas hebben wanneer we haar kwijt zijn.
En zodra we haar terug hebben…
gaan we waarschijnlijk weer gewoon verder.
Eh, Gelukkig maar..? Beetje dubbel
Want misschien is dat wel het mooiste bewijs dat iets weer werkt.
Je staat er niet meer bij stil.
Je denkt er niet meer voortdurend aan.
Je hoeft niet meer iedere ochtend te controleren of het vandaag misschien eindelijk beter gaat.
Je doet het.
Omdat je het weer kunt.
En misschien is dat wel waar genezing uiteindelijk over gaat.
Niet dat je de rest van je leven bezig bent met gezondheid.
Maar dat gezondheid weer ruimte maakt voor het leven.
Want toen het er was, leefde je alsof het er niet was.
En toen het weg was, wilde je niets liever dan het terug.
Misschien hoeven we daarom niet voortdurend stil te staan bij gezondheid. Maar er wel dankbaar voor zijn
Misschien moeten we vooral begrijpen hoe bijzonder het is dat we er normaal gesproken niet bij stil hoeven te staan.
Als iets er gewoon is, merk je het niet op. Pas als het verdwijnt, wordt het ineens het belangrijkste wat er is.

