Deel 2

Drie woordjes.

Ik ben oké.

Niet:

“Ik voel me oké.” (want dat voel je misschien helemaal niet.)

Niet:

“Het gaat oké.” (want dat kan ook niet waar zijn.)

Niet:

“Alles komt goed.” (want dat voelt nu nog niet zo.)

Maar:

Ik ben oké.

Dat gaat niet over je omstandigheden.

Niet over je emoties.

Niet over je bankrekening.

Niet over je diagnose.

Niet over je verleden.

Het gaat over jou.

Dat vind ik misschien wel het mooiste eraan: het Zinloos Spook probeert voortdurend je identiteit aan te vallen dat is de ervaring ten minste

  • “Jij bent waardeloos.”
  • “Jij bent een mislukkeling.”
  • “Jij bent alleen.”
  • “Jij bent kapot.”

En ook je beleving..

  • het is
  • dat is enz.

En dan hoef jij daar niet in mee in die molen

Je zegt alleen:

Ik ben oké.

Dat is geen ontkenning van verdriet of pijn.

Het is een veilige weigering om je identiteit door het Spook te laten bepalen.

Ik zie er zelfs een mooie lijn in:

  • Ik denk → gedachten kunnen je misleiden.
  • Ik voel → gevoelens kunnen veranderen, worden van commentaar voorzien
  • Ik ben → dat is je bestaan, althans dat denk je
  • Ik ben oké → dat is je anker, dat is veilig

Dat is ook praktisch. Stel iemand zit midden in een donkere periode. Dan hoef je niet te vragen of hij gelukkig is. Dat kan voelen als een enorme afstand.

Maar bijna iedereen kan, met wat moeite, misschien één keer diep ademhalen en zacht zeggen:

Ik ben oké.

Niet als magische spreuk.

Maar als een klein, stevig anker. Van hoop en dan ook van meer

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *