Over goede voeding, bewerkt voedsel en de voorwaarden waaronder een lichaam kan functioneren
We praten vaak over voeding alsof het vooral om één ding gaat:
energie.
Calorieën erin. Calorieën eruit.
Maar een mens is geen kachel.
En het lichaam is geen machine waarin je simpelweg brandstof stopt en vervolgens alleen kijkt hoeveel energie eruit komt.
Een menselijk lichaam is een ongelooflijk complexe, zichzelf onderhoudende biologische wereld.
En die wereld draait op chemie, natuurkunde, biologie en informatie.
Daarom is een veel interessantere vraag:
Krijgt het lichaam uit wat we eten alles wat het nodig heeft om zichzelf voortdurend te onderhouden, te herstellen en te reguleren?
Een lichaam heeft meer nodig dan brandstof
Voeding levert energie, maar voeding levert ook bouwstoffen.
Eiwitten leveren aminozuren.
Vetten leveren vetzuren.
Voedingsmiddelen leveren vitaminen, mineralen, sporenelementen, vezels en allerlei andere bioactieve stoffen.
En die stoffen staan niet los van elkaar.
Een lichaam maakt voortdurend nieuwe eiwitten, membranen, enzymen, hormonen en andere structuren. Cellen repareren zichzelf. Oude onderdelen worden afgebroken. Nieuwe onderdelen worden gemaakt. Stoffen worden getransporteerd, omgezet, opgeslagen, gerecycled en uitgescheiden.
Dat is geen eenvoudig proces.
Denk aan een bouwplaats
Stel dat je een gebouw moet onderhouden.
Je hebt niet genoeg aan geld voor de verwarming.
Je hebt beton nodig.
Staal.
Hout.
Schroeven.
Kabels.
Leidingen.
Gereedschap.
Vakmensen.
Ontbreekt één cruciale bouwsteen, dan kun je niet zeggen:
“Geeft niet, we hebben van de andere materialen extra veel.”
Een negende baksteen die er niet is, blijft een ontbrekende negende baksteen.
Het lichaam is ontzettend inventief. Het kan stoffen hergebruiken, processen aanpassen en prioriteiten stellen.
Maar compensatie is niet hetzelfde als onbeperkte beschikbaarheid.
Het lichaam is chemie
Dit klinkt misschien simpel, maar het is een belangrijke gedachte.
Het lichaam bestaat uit materie.
En materie gedraagt zich volgens natuurkundige en scheikundige wetten.
Een enzymreactie heeft bepaalde omstandigheden nodig.
Een eiwit heeft aminozuren nodig.
Een celmembraan heeft specifieke lipiden en eiwitten.
Een mitochondrium heeft grondstoffen en cofactoren nodig om zijn processen uit te voeren.
Een zenuwcel is afhankelijk van elektrochemische gradiënten.
Een cel kan bepaalde stoffen transporteren omdat daar specifieke transportmechanismen voor bestaan.
Niet alles kan zomaar bij elkaar.
Niet alles kan zomaar door iets anders worden vervangen.
En niet alles wat het lichaam nodig heeft, kan het zelf maken.
Dat is precies waarom goede voeding relevant is.
De negende baksteen
Neem de essentiële aminozuren.
Ons lichaam kan niet alle aminozuren zelf maken. Een aantal moeten we via onze voeding binnenkrijgen.
Je kunt dan heel veel van acht verschillende bouwstenen hebben.
Maar als voor een bepaald proces de negende ontbreekt, kun je niet eindeloos blijven bouwen.
Dat betekent niet dat één maaltijd meteen een probleem vormt.
Het lichaam heeft reserves, recycling en allerlei compensatiemechanismen.
Maar bij langdurig onvoldoende aanbod verandert de vraag.
Dan gaat het niet meer om:
“Heb ik vandaag toevallig alle negen aminozuren gegeten?”
maar om:
“Krijgt mijn lichaam gedurende langere tijd voldoende van alle noodzakelijke bouwstenen?”
Dat is een heel andere vraag.
Wat gebeurt er bij langdurige tekorten?
Het lichaam probeert altijd te blijven functioneren.
Dat is juist één van de fascinerende eigenschappen van het menselijk lichaam.
Het kan eiwitten afbreken.
Aminozuren hergebruiken.
Stoffen omzetten.
Processen aanpassen.
Prioriteiten verschuiven.
Maar ook dat heeft grenzen.
Een lichaam dat voortdurend moet compenseren, is niet hetzelfde als een lichaam dat voortdurend optimaal wordt voorzien.
En daar zit een belangrijk verschil tussen:
functioneren
en
optimaal onderhouden worden.
Je kunt lange tijd functioneren terwijl omstandigheden niet ideaal zijn.
En dan komen we bij bewerkt en ultrabewerkt voedsel
Het probleem zit niet in het simpele woord “bewerkt”.
Koken is bewerken.
Snijden is bewerken.
Fermenteren is bewerken.
Sommige vormen van bewerking maken voedingsstoffen juist beter beschikbaar of voedsel veiliger.
De interessante vraag is dus niet:
“Is het bewerkt?”
Maar:
“Wat gebeurt er met het voedsel tijdens die bewerking en wat betekent dat voor wat het uiteindelijk aan het lichaam levert?”
Want er bestaat een enorm verschil tussen een voedingsmiddel dat je kookt of fermenteert en een industrieel samengesteld product waarin grondstoffen sterk zijn geraffineerd, geïsoleerd, opnieuw gecombineerd en zo gevormd dat smaak, houdbaarheid en gemak centraal staan.
Dan kan voedsel veranderen van iets dat een breed pakket aan voedingsstoffen en structuur levert naar iets dat vooral energie, smaak en gemak levert.
En dat is een belangrijk onderscheid.
“Maar er zitten toch voedingsstoffen in?”
Zeker.
En juist daarom moeten we niet in simpele zwart-witverhalen vervallen.
Het gaat niet om:
bewerkt = slecht
en
onbewerkt = goed.
Het gaat om het totale voedingspatroon.
Als af en toe een sterk bewerkt product onderdeel is van een verder voedzaam voedingspatroon, is dat iets heel anders dan wanneer sterk bewerkte producten jarenlang een groot deel van de dagelijkse voeding vormen en echte, voedzame voedingsmiddelen steeds meer verdringen.
Want dan verandert de totale aanvoer.
Niet alleen de calorieën.
Maar ook de hoeveelheid en diversiteit van bouwstoffen, vezels, micronutriënten en andere stoffen waarmee het lichaam zijn huishouding moet uitvoeren.
Een cel is geen simpel zakje
En dan komen we bij misschien wel het meest fascinerende deel.
Een cel is geen simpel zakje met wat vloeistof erin.
Het celmembraan alleen al is een complexe, dynamische structuur met lipiden, eiwitten, receptoren en transportmechanismen.
Daarachter bevindt zich een hele wereld.
Mitochondriën.
Endoplasmatisch reticulum.
Golgi-apparaat.
Ribosomen.
Lysosomen.
De celkern.
DNA en RNA.
En ondertussen vinden er voortdurend duizenden chemische reacties plaats.
De ene reactie levert een product dat bij een volgende reactie nodig is.
Een stof kan als signaal dienen.
Een andere stof kan als bouwmateriaal dienen.
Een derde stof kan nodig zijn om een enzym te laten functioneren.
Het is een enorm netwerk.
Dus wanneer we zeggen:
“Het lichaam regelt het zelf wel”
zeggen we eigenlijk iets bijzonders.
Ja, het lichaam regelt zichzelf.
Maar het doet dat juist door middel van al die chemische en biologische processen.
Zelfregulatie betekent niet dat grondstoffen overbodig zijn.
Eén zieke cel is nog geen ziekte
Een enkele cel die tijdelijk minder goed functioneert, hoeft helemaal geen probleem te zijn.
Het lichaam heeft enorm veel reserve.
Maar cellen leven ook niet geïsoleerd.
Ze communiceren.
Via hormonen.
Via zenuwen.
Via signaalstoffen.
Via metabolieten.
Via het immuunsysteem.
Via hun omgeving.
Daarom wordt het interessant wanneer dezelfde omstandigheden niet één cel raken, maar heel veel cellen, steeds opnieuw en gedurende lange tijd.
Dan kan het verloop worden:
cel → weefsel → orgaan → systeem → organisme.
En dan verandert de schaal van het probleem.
Ziekte komt niet (altijd) als een struikrover op sokken
Misschien is dat wel één van de grootste misverstanden rondom gezondheid.
We denken gemakkelijk:
gezond → het overvalt je → ziek.
Maar veel biologische problemen ontstaan niet op één dinsdagmiddag.
Ze kunnen zich ontwikkelen onder omstandigheden die zich jarenlang hebben opgebouwd.
Belasting.
Verbruik.
Compensatie.
Herstel.
Ontbrekende of onvoldoende bouwstoffen.
Metabole verstoring.
Opnieuw belasting.
Opnieuw compensatie.
En uiteindelijk kan het systeem zover verschuiven dat het probleem zichtbaar wordt.
Ziekte hoeft dus niet ineens uit de bosjes te springen.
De voorwaarden kunnen al veel langer aanwezig zijn.
De brug, de auto en het lichaam
Bij een brug, vliegtuig, auto of gebouw accepteren we dit principe zonder veel discussie.
Een constructie moet worden ontworpen voor bepaalde belastingen. Een brug stort niet zomaar in
Materialen hebben eigenschappen.
Onderdelen slijten.
Onderhoud is noodzakelijk.
Er zijn toleranties.
Er zijn veiligheidsmarges.
Een systeem kan jarenlang functioneren terwijl onderhoud steeds belangrijker wordt.
Niemand zou bij een vliegtuig zeggen:
“Het vliegt nog steeds, dus alle onderhoud zal wel overbodig zijn.”
En niemand zou bij een gebouw zeggen:
“Het staat nog overeind, dus de constructie moet optimaal zijn.”
Waarom zouden we bij het lichaam uitsluitend kijken naar:
“Niets te zien hier.. waardes zijn goed”
?
Het lichaam is geen brug.
Maar het algemene principe blijft interessant:
Een complex systeem heeft voorwaarden waaronder het goed kan functioneren.
Goede voeding is onderhoud
Misschien is dat uiteindelijk een veel eenvoudiger manier om naar voeding te kijken.
Niet:
“Wat mag ik eten?”
Niet:
“Hoeveel calorieën mag ik eten?”
Maar:
“Waarmee onderhoud ik mijn lichaam?”
Voeding is niet alleen brandstof.
Het is ook materiaal.
Het is informatie.
Het levert grondstoffen voor voortdurende opbouw, afbraak, reparatie en regulatie.
Daarom hoeft goede voeding niet perfect te zijn.
Je hoeft niet iedere dag een biologisch examen af te leggen.
Af en toe iets sterk bewerkt eten maakt je lichaam niet ineens kapot.
Maar er is een enorm verschil tussen:
af en toe
en
structureel.
Tussen:
een uitzondering
en
de basis.
Als het uitzonderlijke langzaam het normale wordt, verandert de omgeving waarin het lichaam iedere dag moet functioneren.
De vraag die we daarom misschien vaker zouden moeten stellen ..
Calorie? Misschien moeten we daarom stoppen met alleen vragen:
“Hoeveel energie zit hierin?”
En vaker vragen:
“Wat krijgt mijn lichaam hier eigenlijk?”
Welke bouwstoffen?
Welke aminozuren?
Welke vetzuren?
Welke vitaminen en mineralen?
Welke vezels?
Welke structuur?
Welke signalen?
Welke belasting?
En misschien nog belangrijker:
“Als dit jarenlang een groot deel van mijn voeding is, onder welke omstandigheden moet mijn lichaam dan iedere dag functioneren?”
Want het lichaam is ingenieus.
Het kan ontzettend veel.
Het kan compenseren.
Het kan recyclen.
Het kan aanpassen.
Maar dat betekent niet dat alles onbelangrijk wordt.
Een lichaam kan veel verdragen.
Dat is iets anders dan zeggen dat alles goed voor het lichaam is.
Goede voeding is misschien uiteindelijk niet ingewikkeld.
Niet omdat het lichaam simpel is.
Maar juist omdat het lichaam zo complex is.
Geef die complexe machinerie vooral de grondstoffen waarmee ze gebouwd is.
Want je lichaam hoeft niet alleen vandaag te functioneren.
Het moet zichzelf ook morgen weer kunnen bouwen.

